Accent & Ritme

Twee niet te scheiden faktoren in de muziek.
Zonder deze beiden is muziek doods en verliest het het vermogen om aan te sporen tot marcheren, dansen etc.
Deze twee geven aan de muziek een gevoel van vooruitgang.

ACCENT: nadruk, klemtoon, domineren van bepaalde noten. De één wat meer dan de ander.
Drummers kunnen accenten geven door:
1. volume (hard / zacht)
2. dynamiek
3. gebruik van rusten.
Pipers kunnen accenten geven door:
1. gebruik van versieringen, gracenoten, doublings.
2. agogic stress: het iets langer aanhouden van bepaalde noten dan hun
oorspronkelijk duur.
3. het gebruik van de hoge A, om rust na te bootsen. b.v. in Glasgow Police Pipers.

RITME: het regelmatig terugkeren en afwisselen van Strong en Weak accenten.
Bij twee beats per maat: S W / S W /
Bij drie beats per maat: S W W / S W W /
Bij vier beats per maat: S W M W / S W M W /

Ook in spraak en poëzie komen we dergelijke ritmiek tegen. Een voorbeeld:
Simple Simon met a pieman, going to the fair.
Mark beats: X X X X X X X

Mark accents: S W M W / S W M
and bars
of S W / S W / S W / S

Decide time:
a. duple, triple, quadruple
b. simple, compound

Add Time Sign: 4/4 of 2/4

Add note values: per beat in dit geval lang / kort. Dus 1/8 noot met punt en een zestiende.

Nog een voorbeeld:
Slaap kindje slaap, daar buiten loopt een schaap.
Mark beats: X X X X X X

Mark accents: S W S S W S

Mark bars: S W / S / S W / S

Decide Time: hier 6/8 Compound Duple.

Let hier op het Weak Accent dat op de rust valt in de tweede maat.

Hieronder nog een laatste voorbeeld: